Een ziekmakende school

Een bedrijfsarts van een school voor basisonderwijs vraagt dringend advies via de helpdesk van een arbeidsdermatologisch centrum vanwege huid en slijmvliesklachten bij leerkrachten en leerlingen. Het voltallige personeel dreigt met ziekmelding en adviseert de wethouder de school te slopen.

Huid- en slijmvliesklachten geven geregeld aanleiding tot (pseudo)epidemieën in tal van organisaties als kantoorgebouwen, zwembaden, slachterijen, scholen etc1. Niet zelden wordt de bedrijfsarts overgeslagen en schakelt het management advies- en onderzoeksbureaus in. Daarbij worden altijd wel afwijkingen geconstateerd van de (binnenklimaat)normen, worden interventies gepleegd, maar verdwijnen de gezondheidsklachten vaak niet. In de onderstaande casus wordt een recent voorbeeld geschetst van de bevindingen bij een twee jaar oude school, gebouwd volgens de normen voor “frisse scholen”. 

Casus
Relatief snel na de inhuizing in het nieuwe schoolgebouw, in januari 2012, ontstonden  bij leerkrachten klachten van ogen, neus, longen en huid naast algemene klachten als hoofdpijn, vermoeidheid en concentratiestoornissen.  Ook sommige leerlingen gaven soortgelijke klachten aan. In het voorgaande jaar zijn 12 onderzoeken in het schoolgebouw verricht naar de oorzaken van deze gezondheidsklachten. Door niet-medici. Een duidelijke verklaring voor de klachten kon niet worden gevonden. Ondanks alle interventies gebaseerd op bovenstaand onderzoek namen de klachten eerder toe dan af.

Na accordering door schooldirectie en lerarenteam startte het onderzoek door de arbeidsdermatoloog en de klinisch arbeidsgeneeskundige met het 2014 met vragenlijstonderzoek (37), werkplekonderzoek, avondspreekuur op school (29) en plak- en priktestonderzoek op het expertisecentrum (22). In dat kader werd ook plaktestonderzoek verricht met verdunningsreeksen van de verkruimelde, acrylaathoudende toplaag van het vloerlinoleum. Rapportage aan directie, leerkrachten en ouderraad vond plaats  drie maanden later. Alle 37 leerkrachten namen deel aan het onderzoek evenals op verzoek 3 leerlingen.  

Het vertrouwen van de leerkrachten in de gekozen aanpak werd gewonnen door succesvolle diagnostiek  en therapie bij de twee collega’s met de meeste huidklachten. Dat de geconstateerde pityriasis versicolor en warmte urticaria niet of nauwelijks een relatie met de school hadden werd niet als relevant beschouwd.  Op basis van het medisch en werkplekonderzoek kon bij nagenoeg alle deelnemers een verklaring gevonden worden voor de huid-, slijmvlies- en algemene klachten. Bij minimaal 24 leerkrachten (82 % van de onderzochten op het spreekuur en 65 % van de alle leerkrachten) factoren in de arbeidsomstandigheden, en het binnenklimaat in het bijzonder, een belangrijke rol bij hun gezondheidsklachten. Met name de combinatie van vele irriterende factoren, niet zozeer oorzakelijk als wel uitlokkend. De meest voorkomende allergieën werden veroorzaakt door mijten, haren van langharige huisdieren (op kleding van anderen), pollen van grassen en bomen, nikkel en parfums. Contactallergie voor de toplaag van het linoleum kon niet worden aangetoond.  Zogenaamde “verkoudheden” bleken te berusten op allergie en niet veroorzaakt
door virussen of bacteriën. De meeste klachten werden geuit door de subpopulatie van gevoeligen (en met name de atopici). 

Samengevat luiden de conclusies als volgt: als in een gesloten aquarium hebben de leerkrachten gewerkt in arbeidsomstandigheden die geduid kunnen worden als: vaak te droog, zeer vaak te warm, veel te schel licht, zeer vaak te veel CO2, te vuil (schoonmaak) en te stoffig. Debet hieraan waren een inadequate klimaatinstallatie die door de aard van het ontwerp en een scala van technische, constructie-  en installatiefouten nooit heeft gepresteerd conform de afspraken. Het betreft een gebouw met relatief weinig massa, veel glasoppervlak, meedeinend op de buitentemperatuur en zonnestraling, bij oplevering in 2012 nauwelijks beschermd tegen de zon, met onvoldoende regelmogelijkheden voor de leerkrachten om het klimaat en met name de ventilatie te regelen.
Verder te noemen zijn de slechte schoonmaak van het gebouw en de herhaaldelijk verpoederende polymeertoplaag van het linoleum.
De aanbevelingen kunnen onderscheiden worden in individuele medische adviezen, werkplek- aanpassingen op medisch advies, klimaat- en organisatorische adviezen. Beheersing van het binnenklimaat verdient prioriteit. 
Primair dienen werkgerelateerde gezondheidsklachten beoordeeld te worden door artsen, in dit geval de bedrijfsarts en de huisarts en/of dermatoloog voor adequate medische diagnostiek naast bepaling van de relatie met werk volgens het vijf-stappenplan van het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten AMC2. Alleen op deze wijze kan voorkomen worden dat op basis van onjuiste veronderstellingen onjuiste beleidsbeslissingen worden genomen.

Literatuur

  1. Eriksson N.M, Stenberg B.G.G. Baseline prevalence of symptoms related to indoor environment. Scand J Public Health 2006; 34(4): 387-96) 
  2. http://beroepsziekten.nl/het-zes-stappenplan-voor-beroepsziekten