Een zeilmaker en spuiter met CTE

In 2011 meldt zich op het spreek uur een  50jarige man met klachten van snelle vermoeibaarheid, geheugenproblemen en onzekerheid.  Hij wordt een gevaar in het verkeer. Tijdens de 34 jaar die hij  werkte  als zeilmaker en spuiter is hij blootgesteld aan oplosmiddelen uit lijm, nodig voor het repareren van zeilen voor vrachtwagens.

Ook repareerde hij stoelen van voertuigen door het snijden van schuimrubber en het vervolgens lijmen van de bekleding met contactlijm. Hij verwerkte ongeveer een liter bisontix per dag en ongeveer twintig liter aceton per maand. Daarnaast hielp hij vaak mee in de naastgelegen spuiterij om de vrachtwagens en andere voertuigen te spuiten. Pas de laatste tien jaar verbeterden de arbeidsomstandigheden geleidelijk door het in gebruik nemen van een spuitcabine, betere afzuiging en vervanging van lijm door lijm met minder oplosmiddel. De grootste blootstelling aan oplos middelen vond in het verleden plaats. Echter, patiënt wordt nog steeds dagelijks blootgesteld aan oplosmiddelen.

Patiënt merkte de laatste jaren dat hij steeds vergeetachtiger werd. Hij kan zich moeilijker concerteren en is op het werk en thuis minder productief. Een cursus voor een lasdiploma haalde hij met veel moeite: het praktische gedeelte ging hem goed af, maar de theorie kreeg hij niet goed in zijn hoofd. Voorheen had hij daar geen problemen mee. In het verkeer voelt patiënt zich onzeker: hij is bang te laat te reageren bij filevorming op de snelweg en ziet zaken over het hoofd bij onbekende kruispunten. Patiënt merkt dat hij snel geïrriteerd is en minder kan hebben van collega's en familie dan voorheen. Verjaardagen en andere drukke sociale bijeenkomsten zijn voor patiënt zeer belastend. Het lukt hem niet goed meer zich te concentreren op het gesprek dat hij voert en hij raakt afgeleid door de gesprekken van anderen. Patiënt zegt dat de klachten al langere tijd spelen en ongemerkt zijn ontstaan. Ze zijn over de jaren steeds erger geworden, maar hij ziet niet een duidelijke achteruitgang in het afgelopen jaar.

 De reden om nu het onderzoek aan te vragen is omdat zijn collega hem wees op het bestaan van het Solvent Team. Zijn echtgenote bevestigt zijn verhaal. Zij vindt dat haar man minder initiatief toont in het ondernemen van activiteiten en merkt dat hij snel vermoeid is. Er zijn geen spanningen in de privésituatie en de medische voorgeschiedenis is blanco met uitzondering van een polsbreuk in de jeugd. Patiënt rookt niet, gebruikte nooit drugs en drinkt ongeveer vijf glazen bier per week. Hij merkt de laatste jaren dat hij minder goed tegen alcohol kan.

Na de intake wordt patiënt uit genodigd voor een neuropsychologisch onderzoek en een neurologische screening. Op het neuro psychologisch onderzoek worden cognitieve stoornissen geobjecti veerd op het gebied van reactie vermogen, snelheid van informatieverwerking de inprenting van het verbale geheugen. Eveneens is er sprake van verminderde cognitieve flexibiliteit. Neurologische screening bracht aanwijzingen naar voren voor een mogelijk Obstructief Slaap Apneu Syndroom. Patiënt wordt besproken in het multi disciplinaire Solvent Team overleg. Uit deze vergadering komt naar voren dat de blootstelling van patiënt relevant is geweest. De klachten en het beloop van de klachten lijkt te passen bij CTE. Ook het neuropsychologische profiel kan passen bij CTE. Echter, voordat een CTE diagnose kan worden overwogen, moet eerst de differentiaal diagnose van OSAS worden uitgesloten. Patiënt krijgt het advies om een slaaponderzoek te laten doen en de blootstelling aan oplos middelen te minimaliseren.

Na anderhalf jaar zien we patiënt terug. Slaaponderzoek gaf geen aanwijzingen voor het bestaan van een slaapstoornis. Patiënt werkt nog steeds, maar zit nu voornamelijk achter de naaimachine om de zeilen te maken. Hij komt nagenoeg niet meer in aanraking met oplosmiddelen. Soms wordt hij echter gevraagd om materialen te tillen in de spuitcabine, waardoor hij nog af en toe blootstelling aan oplosmiddelen heeft. De klachten van patiënt zijn wat verbeterd. Hij is geduldiger geworden en voelt zich wat fitter. Daardoor kan hij zich ook iets beter concentreren en maakt hij minder fouten op het werk. Echter, de vergeet achtigheid blijft onverminderd bestaan. Patiënt kan er wel beter mee omgaan en gebruikt de tips die hij kreeg bij het Solvent Team, bijvoorbeeld het opschrijven van zijn dagplanning en het vermijden van het doen van twee dingen tegelijk. Als het werk zijn concentratie vereist, zet hij de radio nu uit. Uit het neuropsychologisch onderzoek blijkt dat er nog steeds stoornissen zijn op het gebied van reactie vermogen, tempo, geheugen en cognitieve flexibiliteit. Echter, het algehele profiel kenmerkt zich door een lichte verbetering.

In de tweede Solvent Team vergadering wordt de diagnose CTE gesteld en wordt patiënt geadviseerd ook in de toekomst de blootstelling aan oplos middelen te minimaliseren en worden handvatten gegeven voor het omgaan met de beperkingen.